22 januari 2016

Tip van de maand: Wat moet ik doen als er teveel ijzer in het water voorkomt?

Tip van de maand januari – februar 2016

Vooral bij putboringen uit een ondiepe grondwaterwinning heeft het water een hoog ijzergehalte. Dit water geeft problemen als het niet ontijzerd wordt:

  • een te hoog ijzergehalte kan beschadiging geven aan de plant vanaf een concentratie van 5 mg/l;
  • bij beregening leidt ijzer tot bruine neerslag op de vruchten en de bomen met verruwing tot gevolg;
  • verstopping van de leidingen en de druppelaars;
  • reacties met de meststoffen bij fertigatie.

Via ontijzering is het mogelijk om het ijzergehalte van 50 tot 60 µmol (ongeveer 3 mg/l) te reduceren tot 2 tot 3 µmol/l. Wanneer de concentratie hoger is dan 150 µmol/l is het gehalte nog moeilijk binnen de streefwaarde terug te brengen.
In het bronwater komt ijzer voor als Fe2+. Door het water in contact te laten komen met de lucht gaat dit oxideren en ontstaat er Fe3+. Vervolgens ontstaat er ijzerhydroxide die kan neerslaan. Om snel te laten uitvlokken is een hoge pH nodig. Kalksteen kan gebruikt worden als filtermedium. Als de pH voldoende hoog is kunt u ook gewoon met grind filteren. Het ontijzeren kan via een “open” beluchting met nafilter of via een “gesloten” systeem al of niet met toevoeging van chemicaliën.

Een goede beluchting is de basis voor een goede ontijzering. Naarmate het zuurstofgehalte in het water hoger is, verloopt de reactie beter.

“Open” beluchting

Een ontijzeringsinstallatie met “open” beluchting wordt in de praktijk het meest gebruikt.
Het water wordt opgepompt en wordt via een Dresdener-sproeier, die zich 1 m boven de filter bevindt, op het filtermedium aangebracht. Het water komt als een dunne laag op de filter terecht en en komt zo in contact met zuurstof waardoor het ijzer gaat uitvlokken. De filter is opgebouwd uit verschillende lagen grind en kalksteen van verschillende dikte. Onderin bevindt zich een drainagesysteem voor de opvang van het gezuiverde water.

“Gesloten” ontijzering

Het principe van “gesloten” ontijzering is vergelijkbaar met een open systeem. Bij een “gesloten” systeem wordt het water intensief belucht met een compressor. De lucht wordt naar een mengtank gestuurd en gemengd met het water. De mengtank is voorzien van ringen zodat het water en de lucht voldoende gemengd worden.

Chemische ontijzering

De nodige zuurstof voor de ontijzering kan ook bekomen worden door het toevoegen van kaliumpermanganaat.
Een andere methode voor chemische ontijzering is het gebruik van waterglas. Waterglas of natriumsilicaat is een stroperige vloeistof die ijzer bindt in een silicaatcomplex waardoor de oplossing niet uitvlokt. Het waterglas mag niet langs de pompen of de meststofbakken gestuurd worden want kan ernstige schade toebrengen aan de installatie. Het waterglas moet via een persleiding geïnjecteerd worden.
Om neerslag van ijzeroxide in leidingen te voorkomen of neerslag in leidingen van druppelaars op te lossen kan ook worden aangezuurd. Dit aanzuren kan door, in het geval van fertigatie samen met de messtoffen, salpeterzuur toe te voegen. Belangrijk hierbij is dat de pH van het water niet onder een pH van 6,5 gaat. Vanaf 6,5 kan de pH snel dalen wat zeer schadelijk is voor de bomen. De hoeveelheid zuur die mag worden toegevoegd is afhankelijk van het bicarbonaatgetal (HCO3-) van het water. De bicarbonaat-ionen bufferen voor het toegevoegde zuur. Om het bicarbonaatgetal te kennen is een chemische waterontleding noodzakelijk. Per mmol HCO3- mag op een bak van 1000 l aanmaakwater 17 kg HNO3- worden toegevoegd. Tijdens het toevoegen wordt de pH van het aanmaakwater best gevolgd met een pH meter. Er dient op toegezien te worden dat er in het aanmaakwater nog 0,5 mmol HCO3- aanwezig blijft. Voor water met een concentratie van 2,5 mmol/liter mag dus maximaal 34 kg HNO3- worden toegediend per aanmaakbak van 1000 l.

 

Tip v.d. maand: Januari-Februari 2016

Share:

Berichten overnemen mag uitsluitend met bronvermelding ‘Delphy’.