8 januari 2020

“Oogstprognose in de paprika blijkt nog niet zo eenvoudig”

Blog Stefan Hendriks, adviseur glasgroenten Delphy

“Afgelopen twee teeltseizoenen heb ik meegewerkt aan een oogstprognose model voor de paprika: Peppervision, een model wat jaren geleden door de WUR ontwikkeld is en met verbeteringen mogelijk voor de praktijk bruikbaar zou kunnen worden.”

Uit ervaring als teler en consultant weet ik dat het paprikagewas een moeilijk stuurbaar gewas is en dat de oogst vaak in zetsels valt. Als teler wil je altijd zo nauwkeurig mogelijk weten welke hoeveelheid er de komende weken te oogsten is. Een goede prognose zorgt ervoor dat de beschikbare arbeidsuren goed kunnen worden gepland. Daarnaast willen de verkopers weten wat ze kunnen verwachten aan product zodat de hoogst mogelijke prijs uit de markt gehaald kan worden.

Vooraf hadden we als eisen dat de gegevens eenvoudiger in te vullen moeten zijn en het invoeren minder tijd moet kosten. Het model moet daarnaast rekening houden met veranderingen in het klimaat en beschikbare arbeidsuren. We hebben de nadruk gelegd op invloed van het ( kas ) klimaat omdat andere bestaande modellen hier geen of minder rekening mee houden.

Dit maakt dan inzichtelijk wat het voor de prognose betekent wanneer de etmaaltemperatuur en/of het CO2 gehalte verhoogd of verlaag worden. Hiermee werd voor mij heel mooi inzichtelijk wanneer er in een bepaalde periode de etmaaltemperaturen één graad hoger werden aangehouden. De afrijpingssnelheid werd dan verkort en vanzelfsprekend zagen we ook dat het gemiddeld vruchtgewicht afnam.

Afgelopen twee teeltseizoenen hebben we een pilot gedaan op een paprikabedrijf. Nu de teelten zijn afgelopen is het tijd om de balans op te maken. Het blijkt dat een model voor oogstprognose niet zomaar  een kant en klaar product is en zeker niet altijd een betere prognose geeft dan de huidige systemen.

Een van de oorzaken hiervoor zijn denk ik de verschillende werkwijze van oogsten binnen de bedrijven. Wanneer een bedrijf vooral op prijs snijdt en ad hoc reageert geeft dit een onbetrouwbare prognose. Door bonter te oogsten en meerdere keren rond te gaan wordt de prognose ernstig verstoord. De beste resultaten worden gehaald bij de bedrijven waar plantmatig wordt geoogst dat wil zeggen iedere week 125% keer de kas rond en het bontheidsstadium van de vrucht niet teveel schommelt.

Wellicht wilden we ook te snel resultaat zien. De oogstprognose wordt beter met meer data, maar er zijn 4 verschillende kleuren paprika met allerlei verschillende raseigenschappen, die weer geteeld worden in verschillende teeltgebieden. Veel verschillende data dus, waarmee de database voor een oogstprognosemodel eerst gevoed moet om tot de beste resultaten te komen.

Mijn conclusie is dat we erin zijn geslaagd om het prognosemodel te vereenvoudigen voor data invoeren. Bovendien zijn we er in geslaagd om de effecten van veranderingen in het klimaat mee te nemen in de prognose. Voor mij is wel duidelijk geworden dat inzet van arbeid, de frequentie en planning van oogsten, en de fluctuatie in bontheidsstadium, een veel grotere invloed hebben op de prognose dan het kasklimaat. Voor een succesvol oogstprognosemodel zal dan ook veel meer data verzameld moeten worden, waarmee het model beter geschikt voor de praktijk zal worden.

Dit project werd mede mogelijk gemaakt door het “Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland”.

Share:

Berichten overnemen mag uitsluitend met bronvermelding ‘Delphy’.