16 Oktober 2019

Cercospora in suikerbieten is een groot probleem. Minder gevoelige rassen en andere aanpak is nodig.

Delphy constateert de laatste jaren een steeds heftiger aantasting van Cercospora in suikerbieten. Met name in het Noordoosten van het land is Cercospora door de intensieve teelt een groot probleem. Teveel percelen ondervinden financiële schade van deze bladziekte, ondanks de bespuitingen. Met het wegvallen van Opus Team en Difure Pro voor het seizoen 2020 wordt het alleen maar lastiger.

Het algemeen advies in Nederland is tot op heden om te beginnen met spuiten als de eerste aantasting van een ziekte in het gewas te zien is. Voor Cercospora lijkt dit onlogisch. De infectie van Cercospora heeft dan al enkele dagen eerder plaatsgevonden en komt pas na de incubatietijd tot uiting in het gewas. Het gewas is dus al ziek op het moment dat er gespoten wordt. Als er dan ook nog gekeken wordt naar de middelen die we volgend jaar tot onze beschikking hebben na het wegvallen van Opus Team en Difure Pro, dan wordt de spoeling heel erg dun. Tel hier de verminderde werking van de middelen bij en met de wetenschap dat strobilurinen curatief niets doen op Cercospora is de gedachte Cercospora preventief te bestrijden logisch.

De mate van aantasting door Cercospora is ook erg ras afhankelijk. In raseigenschappen valt op het gebied van de bestrijding van Cercospora nog veel te verdienen. Helaas heeft de veredeling op deze gevoeligheid in Nederland te lang stil gelegen, omdat alleen naar opbrengsten werd gekeken. Nu wordt er op veel percelen opbrengstderving geleden door Cercospora.

Op het proefveld van Delphy in Weerdinge (Drenthe) zijn de verschillen tussen rassen goed zichtbaar. Op dit proefveld worden 11 rassen getoetst op hun gevoeligheid voor Cercospora. Daarnaast wordt het effect van 4 verschillende behandelingsstrategieën met elkaar vergeleken. Een kwart is niet behandeld, bij een kwart is de behandeling gestart toen de eerste aantasting in het gewas zichtbaar werd, bij een kwart is gestart bij het sluiten van het gewas en bij een kwart is gestart op het eerste infectiemoment van Cercospora. Dit alles is in de proef in 4 herhalingen gedaan.

Het starten met de bespuitingen bij het eerste infectiemoment heeft dit jaar geresulteerd in een vroege start en een extra bespuiting ten opzichte van de andere strategieën. Starten met bespuitingen bij het sluiten van het gewas heeft niet geresulteerd in een extra bespuiting. Bij de laatste proefveldbeoordeling was het gewas waar begonnen is met spuiten bij het eerste infectiemoment het minste aangetast door Cercospora. Het verschil tussen starten met spuiten bij sluiten van het gewas of bij eerste aantasting was klein, maar in het voordeel van starten bij sluiten van het gewas. Dit geeft eigenlijk wel aan dat er voor een goede bestrijding van Cercospora vaak te laat gestart wordt.

Bij de laatste proefveldbeoordeling waren er behoorlijke verschillen tussen de rassen zichtbaar. Op dit moment staat het ras Auckland er in alle strategieën er het beste voor. Ook tussen de andere rassen zitten grote verschillen. Gezien het weer verwachten we dat deze verschillen tussen de rassen en de strategieën nog groter worden.

We weten dat de huidige middelen al niet afdoende zijn om Cercospora altijd te bestrijden. Daarnaast zijn in de toekomst een aantal van de huidige middelen gewoon niet beschikbaar. Vandaar dat rassen steeds belangrijker worden. Gezien het huidige saldo zou de ziektebestrijding wel eens mede bepalend kunnen worden hoeveel bieten er op een bedrijf geteeld gaan worden.

Informatie

Voor vragen kunt u contact opnemen met Harm de Boer sr. Adviseur Akkerbouw Noordoost-Nederland
M 06 51 40 94 50
E h.deboer@delphy.nl

Share:

Berichten overnemen mag uitsluitend met bronvermelding ‘Delphy’.